| svala19 ( @ 2008-11-03 12:26:00 |
| Current mood: |
Try-out.
Inleiding.
Het jaar 2135. Het grootste deel van de wereld is verwoest door een verschrikkelijke derde Wereldoorlog, en slechts een klein deel van de vroegere wereldbevolking heeft weten te overleven. Toch is dit deel van de bevolking niet gelukkig met deze overleving: de man die als winnaar uit de oorlog kwam stelde een tiranniek systeem in en sindsdien wordt de bevolking door een reeks moderne tirannen onderdrukt. In het begin braken er opstanden uit: mensen keerden zich tegen de tirannen, probeerden ze van de troon te stoten zoals in de geschiedenis al zo dikwijls was gebeurd. Maar de oorlog had niet de vergevorderde techniek uit de 21e eeuw vernietigd en de tirannen hadden onder de bevolking ook trouwe volgelingen weten te verwerven, en alle pogingen tot revolutie mislukten, alle opstanden werden hard neergeslagen. Vanaf de 22e eeuw was alle verzet zelfs zo goed als afgestorven, en mensen hadden zich min of meer neergelegd bij het moderne slavenbestaan dat ze leden in de vervallen, armoedige steden. Mensen verloren hun hoop, en daarmee hun vrije wil en individualiteit. Die paar mensen die nog voldoende hoop en kracht hadden om te protesteren belandden in de kerkers van de jongste en meest wrede overheerser die ze tot dan toe hadden gehad, een man die op vijfentwintigjarige leeftijd aan de macht was gekomen in het jaar 2113: Caymack, een man die onder de bevolking beter bekend was als ‘de meedogenloze’, een bijnaam die slechts ’s nachts werd uitgesproken, als men zeker wist dat geen van de spionnen van ‘de grote heerser’, de titel die Caymack zelf claimde in de buurt was.
Maar ondanks de dreiging van de kerkers en de wrede manier waarop Caymack personen die nog enige hoop bezaten en weerstand durfden te bieden pijnigde en beïnvloedde en hun geesten brak, net zolang tot zelfs de sterkste onder hen het begaven en veranderden in willoze slaven, ondanks dat waren er toch nog mensen, mensen die meestal buiten de wet leefden, die niet hun hoop hadden zien wegvloeien onder het harde, gecontroleerde, hopeloze slavenbestaan wat de overige bevolking leed. Die mensen kwamen in het diepste geheim bij elkaar en smeedden plannen om het tijdperk van de tirannen te beëindigen. De meeste van die groeperingen waren onbetekenend klein, maar één ervan was uitgegroeid tot een voor die tijd bewonderenswaardige grootte, en ondanks het feit dat Caymack, de grote heerser wist van deze verzetsgroep en ondanks het feit dat hij al een aantal leden op had weten te pakken, de kern van de groepering was hem steeds ontglipt. Daardoor was er een lichte hoop ontstaan bij de bevolking, een hoop die niemand durfde uit te spreken omdat hoop leidde tot individualiteit, zelf denken, iets wat Caymack absoluut niet moest hebben, maar die ze allemaal voelden, heel diep van binnen. Het was de hoop op een betere toekomst; het was het vertrouwen in de leidster van dit verzet. Om deze jonge vrouw hing weliswaar een sluier van onwetendheid, want als iemand iets meer van haar had geweten dan haar leeftijd – nauwelijks achttien jaar – en de geruchten over haar verleden was ze allang in de kerkers van Caymack belandt, maar het volk vertrouwde toch op dit laatste restje hoop in hun verder troosteloze en eentonige bestaan, zo erg dat het volk de verzetsgroep ‘de witte duif’ had gedoopt. Van de jonge vrouw die deze organisatie leidde kende men vanzelfsprekend de naam niet, maar ’s nachts, als men zeker wist dat men veilig was, werd er fluisterend gesproken over deze vrouwelijke Robin Hood, beter bekend als ‘Farfalla’, Italiaans voor vlinder…
(Inleiding uit het verhaal 'Het Verzet').